1
Vaarexcursie in De Wieden (op het trilveen) - foto Hans Krol

Een vliegende voederplek

Gerard J.F. Mulder uit Uffelte is werkzaam als vrijwilliger in het veld voor enkele natuurorganisaties en bovenal een actief lid van onze vereniging (o.a. steenuil-en kerkuilenwerkgroeplid en heideschonen). Geregeld beschrijft hij op zijn eigen bijzondere wijze, zijn genoegens en ongenoegens over van alles wat op zijn natuurpad komt. Onderstaand verslag heeft hij geschreven naar aanleiding van de vaarexcursie op zaterdag 9 april 2016 o.l.v. Rosalie Martens en Ronald Messemaker.

Reeds een week van te voren leek het ons nodig een aantal voorbehoedsmiddelen klaar te leggen voor de excursie op 9 april naar De Wieden. We gingen die dingen vast nodig hebben. De weerberichten beloofden een tamelijk vochtige dag. Dus onze condoompjes om in geval van nood de optische apparatuur in weg te bergen, alsmede regenkleding, werd opgezocht. Gelukkig bleek op de dag zelf dat deze voorzorg totaal onnodig was. Overigens was het de Vogelwacht gelukt om deze excursie een opzienbarende en sensationele start te geven. Ik citeer mailinfo van enkele dagen eerder: “ …is het de bedoeling te gaan carpoolen, zodat we met zo min mogelijk BOTEN naar de Ronduite RIJDEN. Kennelijk had de activiteitencommissie zodanig goede contacten met het militair apparaat te Havelte dat ons een aantal amfibievaartuigen ter beschikking gesteld zou worden. Ook werden wij gewaarschuwd dat er geen sanitaire voorzieningen aan boord van het excursieschip waren en “op het water voelt het vaak wat kouder aan” . Dus zou het sowieso al onaangenaam zijn de broek te laten zakken. Onze gidsen van Natuurmonumenten – Rosalie Martens en Ronald Messemaker – bleken in de loop van de dag behalve grote gebieds- en biologische kennis, ook de gave te hebben om een en ander op prettige wijze aan ons te presenteren.
Direct na de afvaart ontmoetten we al de eerste spectaculair baltsende Watersnip; er zouden meerdere baltsende exemplaren volgen. Waargenomen soorten waren onder andere:
– Tafeleend. Nog in diverse gemengde groepjes op het wijde water, maar het broedseizoen gaat ook voor hen binnen een paar weken beginnen. Het aantal broedparen in Nederland zou sterk teruglopen (t.o.v. de jaren ’80 ?).
– Een andere Eend, waarvan we slechts 1 paartje zagen, was de Bergeend. Er wordt gebroed tussen opgestapeld rietschoven. Ook de Witte Kwikstaart broedt vaak in dat soort holtes. De tocht was ook leuk voor de gidsen zelf, want ik hoorde Ronald diverse malen tegen Rosalie zeggen “Mijn eerste dit jaar.” Dat gold dan onder andere voor de Zwartkop.
– Enige tijd zwom een uit de oever gekomen Wilde Eend – woerd kort voor de boot uit. Ronald vermoedde dat dit een soort weglokgedrag van een mogelijke nestplek was.
– Enkele aardige soorten waar ik verder niets over vertel: Boompieper, Boomkruiper, Rietgors, Fitis, Purperreiger, zingende Gekraagde Roodstaart, Bruine Kiekendief vrouw, Tapuit, Snor, Kuif- en Krakeenden.
– Ronald kan ook het verschil tussen mannetje en vrouwtje Wulp zien (verschil in snavellengte).

Wulp - foto Janneke Mulder
Wulp – foto Janneke Mulder
De enige Wulp die wij zagen, zittend op een hoge paal, werd door Ronald dan ook zonder aarzeling tot mannetje gebombardeerd die op de uitkijk zou kunnen zitten, terwijl het vrouwtje dan wat verder op het nest kon zijn.
– Fazantenhaan die zich mooi in het gemaaide riet drukte. Was een ondersoort zonder witte halsband, welke je minder ziet dan de soort met halsband.
– Roepende Havikvrouw werd gehoord. Later kwamen we deze tegen, mooi zittend op haar min of meer vaste uitkijkpost in een grote Els. Maakte aanvankelijk weinig aanstalten om, ondanks onze aanwezigheid op te vliegen, maar ging er uiteindelijk in een snelle vlucht vandoor. De Havik heeft een achternagel van liefst zo’n kleine 5 centimeter. De poten zijn ten opzichte van die van de Sperwer relatief korter en dikker. Dit is nodig omdat het loopbeen van de Havik bij een aanvaring met een zware prooi een veel grotere schok ondervindt dan dat van de Sperwer die in de lucht een zangvogeltje grijpt. Bij gevangen prooien treedt na enige tijd de dood in doordat in hart- en longstreek en kop kneedbewegingen worden gemaakt. Paul Opdam schrijft in zijn monografie “De Havik”: “We moeten bedenken dat naar alle waarschijnlijkheid het prooidier dan in een shocktoestand verkeert, zodat de operatie in feite pijnloos verloopt.” Wie ben ik om hieraan te twijfelen, maar ik zag op YouTube een kort filmpje waarop een Zeearend ( een dus nog grotere jongen dan de Havik ) met een Nijlgans aan de gang ging. Hield de gans met 1 en later met 2 klauwen stevig vast en begon hem in de nekstreek te liefkozen, waarbij de veren in het rond vlogen. Af en toe toonde de Nijlgans hoe hij dit waardeerde door met een vrij liggende vleugel te klapperen. Had kennelijk geen shock, of misschien een heel kleintje ….
– Een vliegende voederplek kwam over oftewel een groep Postduiven. Hadden blijkbaar nog nooit van het voorkeurvoedsel van de Havik gehoord.
– We maakten een klein uitstapje over een kavel waarvan alle opslag was gerooid en afgevoerd. Het wordt nu beheerd als hooiland. De verwachting is dat het overgaat in veenmos/rietland en trilveen, waarvan al een flink stuk aanwezig is. Aan de oever werd in een Elsje een Blauwborst ontdekt. Wij werden tamelijk opgewonden toen hij ons behalve zijn zang ook de mooie baltsvlucht toonde.
– De ook in het gebied opererende Zeearend kregen we niet te zien.

Behalve dat wij naar vogels keken , werden wij op onze beurt met enige regelmaat gade geslagen door Reeën.

Ree - foto Geert Drogt
Ree – foto Geert Drogt
Ik meen dat er zo’n 60 stuks in het gebied voorkomen.
Er zijn circa 30 Otters aanwezig. Dat merk je niet zozeer door de Otters te zien, maar hun poep te vinden.
Poep Otter - foto Janneke Mulder
Poep Otter – foto Janneke Mulder
Deze poep wordt periodiek door Alterra-onderzoekers meegenomen voor DNA-onderzoek. Tegenwoordig wordt deze onderzoeksmethode poep veel toegepast bij meerdere diersoorten zoals bijvoorbeeld de alleen in Nederland voorkomende zeldzame Noordse Woelmuis. Zo is bij de Otters bijvoorbeeld vastgesteld dat nabij Dieren en de Nieuwkoopse Plassen gevonden otterpoep het DNA bevat van in de Wieden/Weerribben uitgezette exemplaren. Ook kan men zien waar Otters A, B of C in b.v. ons excursiegebied zich ophouden. Net als de Vos gebruikt de Otter zijn poep om zijn territorium te markeren. Gebiedsvreemde Otters kunnen aan de poep die ze op hun zwerftochten tegen komen ruiken of de poep van een meer of minder sterk exemplaar is en dit meenemen in hun besluit te blijven of maar beter verder te trekken.
Voordelen van onderzoek via poepmethode ten opzichte van onderzoek middels inloopvallen is dat er geen onbedoelde sterfte meer optreedt onder andere kleine zoogdieren. De methode is gebleken veel effectiever te zijn en de kosten van het keutels zoeken en laboratoriumonderzoek liggen 2 – 3 maal lager.
Helaas vallen Otters nogal eens ten prooi aan het verkeer. Men probeert dit te voorkomen door op enkele plaatsen doorgangen te maken. Otters willen best wel eens in een visfuik kijken, hetgeen dan hun dood betekent. De meeste fuiken van beroepsvissers zijn derhalve voorzien van “keernetten”. Er wordt tamelijk veel gestroopt en stropers hebben aan zulk soort netten geen boodschap met noodlottige gevolgen voor de Otter.

Na afloop van de tocht werd een referendum gehouden. De opkomst was 100 %, evenals de ja-uitslag. De vraag was doen we dit nog een keer ja/nee. Iets vroeger op de dag ja/nee. 1 Week later in het seizoen ja/nee. 3 x “ja” is een uitslag die zelfs de meest draaikonterige politicus niet kan negeren; dus activiteitenwerkgroep “Doe je best” (en bedankt).

P.S. Na afloop gingen we ( Janneke, Geert Drogt en ik ) op zoek naar de Zeearenden welke vorig jaar succesvol broedden op het Vogeleiland in de overgang van Zwarte Water naar Zwarte Meer nabij Heetveld. Terwijl Geert druk bezig was zijn camera weer op te bouwen en ik bij een braamstruweel een Roodborsttapuit en 5 Kneuen bekeek, adviseerde Janneke ons dat we beter eens wat omhoog konden kijken. Inderdaad, daar schroefde een (uit de bomen opgestegen?) volwassen Zeearend welke langzaam Zuidwest het Zwarte Water op vloog en daar uit het oog verdween. Na enige tijd ontdekte J. hem weer, jagend boven het riet.
Wauw.

Gerard J.F. Mulder

Eén reactie

  1. Hans Krol zegt:

    Nou Gerard, aan je geheugen mankeert in ieder geval niets…….:)!

    We -activiteitencommissie- nemen de referendumuitslag ‘mee’ voor het programma van volgend jaar, komt goed dus!

    Gisteren zelf nog even samen met Alje Zandt (Communicatie & Marketing Natuurmonumenten!) naar Vogeleiland Zwartsluis gereden en ja……de zeearend ook gespot!
    Eieren schijnen 1 dezer dagen uit te komen dus misschien leuk om met een paar man nog een keer te gaan kijken naar af- en aanvliegende ouders??!
    Bedankt voor het uitgebreide verslag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *