Nestkasten​​controle

Door de nestkastencontrole komen schoolkinderen rechtstreeks in aanraking met de natuur en met vogels in het bijzonder.

Wat is er nu spannender om voorzichtig in een nestkast te kijken wat er in zit. Soms liggen er wel 15 tere eitjes in het nest of er zijn er al kleine jongen die reikhalzend verwachten dat er voer wordt aangebracht. In een andere kast blijft de broedende vogel gewoon zitten en ‘blaast’ schrikaanjagend. Dit is wat kinderen van enkele basisscholen onder leiding van begeleiders elk jaar mee kunnen maken bij de controle van nestkasten in de omgeving van Uffelte en Havelte. Op deze wijze wordt de kinderen, inmiddels al veertig jaar, liefde voor de natuur en vogels bijgebracht.

Coördinator

Ruud Smeenk
(0521) 351674
r.smeenk@home.nl

Doel

Nestkastcontrole heeft tot doel schoolkinderen rechtstreeks in aanraking te laten komen met de natuur en met vogels in het bijzonder. Hierdoor volgen de kinderen het broedproces en zijn ze betrokken bij de registratie van de nestinhoud. De nestkasten biedt holenbroeders uiteraard ook nestgelegenheid.

Werkwijze

Onder leiding van enkele leerkrachten, ouders of andere enthousiaste vrijwilligers wordt met een groepje van 4-8 kinderen een route gelopen waar meestal 30 tot 40 nestkasten veelal op ooghoogte hangen. Controle vindt van midden april tot begin juni eens in week plaats.

In een schriftje wordt genoteerd wat zich in de genummerde nestkasten bevindt. Als de kast bezet is worden de vogelsoort genoteerd, nestbouw, het aantal eieren of jongen en wat er achter is gebleven na het uitvliegen. Jaarlijks worden er ruim 500 nestkasten gecontroleerd op twintig routes in de omgeving van Uffelte, Havelte, Wapserveen en Diever. Recent zijn er routes bijgekomen in o.a. Havelte (de Gerkenweg, het zwembad en OBS De Bosrank) en Wapserveen (Westeinde en OBS De Vuursteen). Na het uitvliegen van de jongen worden de nestkasten leeggehaald. Tevens worden kasten gerepareerd of vervangen. Het laat zich raden dat er ook een timmerploeg actief is.

De organisatie en administratie is in handen van de begeleiders en de coördinator. Telgegevens worden samengevat in het jaarlijkse overzicht van de Vogelwacht Uffelte e.o. Tevens worden ze landelijk doorgegeven aan het NESTKAST (Netwerk voor studies aan nestkastbroeders).

Nestkastroutes van de Vogelwacht Uffelte e.o. (topografische kaart)

Resultaten

Elk jaar wordt een overzicht gegeven van het aantal bezette nestkasten en per vogelsoort het aantal eieren en uitgevlogen jongen. In onze nestkasten zijn de koolmees en bonte vliegenvanger het meest talrijk. De koolmees is steeds talrijker geworden. De bonte vliegenvanger en pimpelmees bezetten elk ca. 20% van de kasten. De boomklever en ringmus volgen met enkele procenten, terwijl de glanskop, huismus, spreeuw en zwarte mees hooguit in enkele nesten worden aangetroffen.

Aantal jongen 2014 2015 2016 2017 2018 percentage
Koolmees 1248 908 1078 1251 1832 63,2 %
Pimpelmees 454 264 352 347 515 17,8 %
Bonte vliegenvanger 369 302 325 280 422 14,6 %
Boomklever 35 29 18 20 51 1,8 %
Subtotaal 2106 1503 1773 1898 2821
Overige o.a. ring- en huismus 70 173 80 2,6 %
Totaal 2106 1503 1843 2071 2901 100 %

Sinds de start van de nestkastcontroles in 1973 zijn er in de loop der jaren ongeveer 7500 succesvolle legsels geregistreerd met daarin 72.000 eieren en 65.000 uitgevlogen jongen. Er is een lichte verschuiving in de nestkastbewoners opgetreden (figuur). Het aandeel Koolmezen is iets afgenomen ten faveure van de Bonte vliegenvanger. De Boomklever is een vrij nieuwe soort, terwijl de Ringmus, Spreeuw en Gekraagde roodstaart thans nog zelden worden vastgesteld.

Laatste nieuws uit de werkgroep

Onderzoek Bonte Vliegenvanger en klimaatsverandering

In het kader van het onderzoek van Christiaan Both van de Rijksuniversiteit Groningen naar mogelijke effecten van klimaatsverandering op de populatie bonte vliegenvangers (zie foto hierboven) is in 2009-2013 ook door de nestkastcontroleurs van de Vogelwacht een bijdrage geleverd door broedvogels en hun jongen te ringen. De aanname van dit onderzoek was dat de vliegenvangers als overwinteraars in Afrika hier wellicht te laat zouden arriveren en zo de kans liepen belangrijke voedselbronnen (rupsen) mis te lopen.

Christaan Both stelt: “Door klimaatverandering piekt het rupsenvoedsel van deze trekvogel steeds eerder in het voorjaar. In de bossen met een vroege voedselpiek worden de jongen van de bonte vliegenvanger nu te laat geboren. Doordat ons klimaat steeds warmer wordt, lopen bomen eerder uit en komen rupsen eerder uit hun ei. Maar de bonte vliegenvanger keert niet eerder terug uit West-Afrika. Daarom moet deze trekvogel zich erg haasten met broeden, als hij na 4500 km vliegen aankomt in West-Europa. Ze haasten zich ook en beginnen snel met nestelen. Gevolg is dat de jongen nu wel 10 dagen eerder uit het ei kruipen dan rond 1985. De rupsen, die de hoofdmaaltijd voor de jongen vormen, zijn wel 16 dagen vroeger. Zo lopen de zangvogels toch een groot deel van de broodnodige rupsenpiek mis. Deze piek duurt namelijk maar zo’n 2 weken.”

Recente uitkomsten van dit onderzoek wijzen er op dat bonte vliegenvangers zich waarschijnlijk wel (enigszins?) weten aan te passen aan de optredende vervroeging. Het langlopende onderzoek is echter nog niet afgesloten en jaarlijks komen nieuwe feiten aan het licht.

Typen nestkasten

De meeste kasten zijn van het standaardmodel met een vliegopening van ongeveer 3 cm doorsnee. Enkele kasten hebben een brede gleuf aan de bovenzijde (brievenbusmodel, speciaal voor Gekraagde roodstaart) of het bovendeel van de voorzijde is open (Grauwe vliegenvanger). Verder is er voor Boomkruipers een nestkast met vliegopening aan de zijzijde, terwijl Spreeuwen een vliegopening van 4,5 cm behoeven.

Nestkasten zijn tegenwoordig veelal ‘marterproof’, dat wil zeggen er is een constructie bij de vliegopening gemaakt die het martens vrijwel onmogelijk maakt eieren of jongen uit de kasten te halen.

Download onderstaand PDF-document voor een overzicht van nestkasten in alle soorten en maten.

Nestkasten in alle soorten en maten (PDF)