0
De excursie in Sterrebos-Westerbeek ---- foto: Gerard J. F. Mulder

Afgekeurd als vogelaar

Gerard Mulder uit Uffelte is werkzaam als vrijwilliger in het veld voor enkele natuurorganisaties en bovenal een actief lid van onze vereniging (o.a. steenuil-en kerkuilenwerkgroeplid en heideschonen). Geregeld beschrijft hij op zijn eigen bijzondere wijze, zijn genoegens en ongenoegens over van alles wat op zijn natuurpad komt. Onderstaand verslag heeft hij geschreven naar aanleiding van de zangvogelexcursie op zondag 19 april 2015 o.l.v. Arend J. van Dijk.

 

Vijf voor half zes ging de wekker, die midden op de vloer van zijn slaapkamer stond. Dus moest hij onmiddellijk zijn bed uit rollen om zijn vrouw verder te kunnen laten slapen. Dat was zo’n 3 – 4 uur eerder dan hij gewend was, terwijl het de avond tevoren aardig laat geworden was. Hij had in de loop der jaren het idee gekregen dat zijn vrouw het wel leuk vond om juist dan laat naar bed te gaan, wanneer hij de volgende ochtend ging hardlopen, vroeg ging vogelen of andere rare hobby’s wenste te beoefenen. Op de badcel aangekomen hoorde hij door het geopende dakraam een waar koor van Merels te keer gaan. Het leek wel of elke tuin van het dorpje zijn eigen mannenmerel had. Ook het minder fraaie eentonige gezang van Houtduiven en Turkse Tortels nam een aanvang.

Eigenlijk was het tijdstip waarop die dag een zangvogelexcursie in Frederiksoord begon aan de late kant, want als je echt niets wil missen van de vogelzang begin je een uur voor zonsopkomst om bijvoorbeeld de Gekraagde Roodstaart mee te maken. Maar tot zijn grote vreugde waren er meer mensen die moeilijk tussen de lappen vandaan konden komen en daar hield de Vogelwacht rekening mee. Aardige mensen. Bij aankomst op het startpunt van de wandeling was hij nota bene de tweede, dus toch nog te vroeg.

De excursie was in Sterrebos-Westerbeek. Circa 1766 kocht ene Heloma het huis Westerbeek en ging door met de reeds aldaar gestarte veenontginning. Dwars door het bos liggen dan ook de overblijfselen van het kanaaltje waardoor de turf afgevoerd werd via Wapserveense- en Steenwijker Aa naar de Amsterdamse eindbestemming. Het bos heeft een banenpatroon waarbij 8 paden in het midden bij elkaar komen en een cirkelvormig open stuk (Sterrebos dus- zie bovenstaande foto) vormen. Op kaarten uit de tijd van Napoleon is het bos al ingetekend. Arend van Dijk, onze enthousiaste excursieleider, heeft in zijn jonge jaren toen hij op de nabijgelegen tuinbouwschool erg zijn best deed een Douglasspar omgezaagd welke circa 130 jaar oud bleek te zijn.

Allemaal prachtig maar de vogelaar wilde vogels waarnemen. Nou, die waren er dan ook. Echter, wat iedereen blijkbaar zag en hoorde ontging hem tot zijn grote verdriet en ergernis. Waarom had hij nu ook alweer die extra microfoons in z’n oren geïmplanteerd en liep hij met 600 gram verrekijker te sjouwen? Die andere gasten genoten naar hartenlust van zingende of roepende Zwartkoppen, Goudhaantjes, Bonte Vliegenvangers en Zwarte Mees. Groene- en Grote Bonte Specht en Boomklevers dat ging nog wel en toen hij eindelijk een paar Kauwtjes zag liet hij de groep de groep en bleef achter om te zien of de Kauwtjes mogelijk nog wat interessant sociaal gedrag vertoonden. Bij hem thuis in de Kastanjeboom kon het onder de dakpannen broedende spreeuwenpaar niet van elkaar afblijven. De Kauwtjes brachten het niet verder dan wat gehip. Er broeden er nogal wat vanwege de vele oude spechtengaten in de Beuken.

Arend vertelde dat vroeger, toen de Mat- en Glanskop nog niet als één soort werden gezien Zwartkopmees werd(en) genoemd. Dat was natuurlijk knap verwarrend omdat we ook nog de Zwartkop hebben, die helemaal geen Mees is, maar tot de groep “ Sylvia” hoort, dus zeg maar Grasmussen. De Duitsers hebben, in de ogen van onze vogelaar, de naamgeving van deze groep wat beter/logischer in elkaar gezet: Zwartkop=Mönchgrasmücke, Tuinfluiter=Gartengrasmücke en Braamsluiper=Klappergrasmücke om er maar een paar te noemen.

Kortom, best wel veel leuks, maar weinig waar te nemen voor de steeds stiller wordende vogelaar, totdat iemand vroeg “Wat was dat voor vogel met voer in zijn bek, daar achter die boom?” Hij rook zijn kans en schreeuwde het uit “ een Spreeuw” en werd onmiddellijk gevraagd of het niet wat minder kon. Volledig gedesillusioneerd droop de Vogelaar af, overwoog nog even om zich op te knopen, geschikte bomen genoeg, maar mogelijk had zijn geliefde echtgenote inmiddels ook haar sponde verlaten en kon hij bij haar troost zoeken. In ieder geval hij keurde zichzelf op dat moment af, leverde zijn vogelaarspenning in en wachtte vol ongeduld op de dag begin mei dat hij met vakantie zou gaan. Immers daar had je BOVEN de camping hele GROTE Zee- en Visarenden, Lepelaars, Kraanvogels en Zwarte Ooievaars, NAAST de camping heel HARD zingende Wielewalen en Nachtegalen, NABIJ andere LAWAAIMAKERS zoals 5 soorten Spechten en nog “ NABIJER” IJsvogels met FELLE KLEUREN.

Daar kon hij rustig zonder diploma, penning en zo volop genieten …

Gerard J.F. Mulder – ex-vogelaar

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *