|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het resultaat mag er zijn. In de geul zijn bijzondere vissoorten als winde, sneep en grote modderkruiper gevonden. Op het eiland groeien inmiddels de planten die er horen, zoals: kruisdistel, sikkelklaver, walstrobremraap, rivierkruiskruid en vijfvingerkruid. Tot vermaak van Lykele zaten onze ‘plantenkenners’ er bij de determinatie vaak behoorlijk naast, maar ja, deze planten zien wij niet dagelijks!
Op het eiland hebben kluten en visdieven gebroed, maar daar zagen wij natuurlijk niets meer van. De trek was begonnen en wij zagen groepjes watersnippen, oeverlopers, groenpootruiters, veldleeuweriken en smienten. Verder zwommen er in de geul veel eenden in eclipskleed: krakeenden, wilde eenden en wintertalingen. Groepen grauwe – en canadese ganzen, een wulp en enkele grote zilverreigers en blauwe reigers maakten het plaatje compleet. Aan het eind van de wandeling kwam nog een groep aalscholvers in de geul vissen.
Het is jammer dat deze excursie maar tien deelnemers had, wellicht door de krappe planning. Kunnen wij dit gebied de komende jaren nog eens bezoeken, maar dan in oktober op het hoogtepunt van de trek? Deze excursie smaakte naar meer.
Ronald Hoogenhout
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||