Home

Werkgroepen

Programma

Verslagen

Foto's

Lidmaatschap

Jaaroverzichten

FAQ

Contact

Waarnemingen

Links

 
 

Terug van weg geweest .... Steenuil te Uffelte

 
 


Maart 1979. Enkele mannen in dikke winterkleding banen zich een weg door de sneeuw net over de Oude Vaart aan de Anserweg. De sneeuw ligt decimeters hoog. Op een slee vervoeren ze slachtafval en dode eendagskuikens. Doel: het bijvoeren van de in die tijd nog schaars voorkomende buizerds. Het slachtafval wordt op weidepalen genageld. Dat levert naderhand mooie beelden op: 5 buizerds op een rijtje die zich te goed doen aan deze lekkernij.

Met de eendagskuikens helpen ze een andere vogel: de steenuil. In een kast dicht bij de huidige nieuwe stal van Kasten bevindt zich een paartje in een oude knotwilg. Er worden 3 kuikens in de kast gelegd en 3 dagen later opnieuw. Gevolg: de uil(en) produceren vrijwel gele braakballen en……… als de kou in april uit de lucht is, heeft dit paar de extreme omstandigheden overleefd. De inzet van de steenuilenwerkgroep van de Vogelwacht wordt beloond, want in juni 1979 vliegen 3 jongen uit. Het is wel het laatste broedgeval in het gebied en helaas wordt er nadien geen enkel paar meer aangetroffen. De steenuil zou wel eens voorgoed uit Uffelte verdwenen kunnen zijn.

Ansen, Oldenhave, Armweide………

Pas vele jaren later, als de werkgroepleden zich vooral bezighouden met de bescherming van de kerkuil en torenvalk, ontdekken we de aanwezigheid van onze kleinste uil in het naburige Ansen. Door inventarisatie met de cassetterecorder (mannetjes reageren op de roep van een soortgenoot) stellen we in 1994 4 territoria vast ten w. van Ruinen. Dan storten we ons, enthousiast als we zijn, op het plaatsen van kasten aldaar. Dat blijkt een gouden greep. Steenuilen vinden onderdak onder daken van oude boerderijen en schuren, in holle bomen en onder houtstapels, enz. Aangezien zulke plekken steeds schaarser worden, blijkt een kast een veilig alternatief, waarvan de steenuilen graag gebruik maken.

Uitbreiding van het werkgebied.

In de loop der jaren hebben de leden van de werkgroep (ca. 15 personen) hun werkgebied steeds verder uitgebreid. Het omvat in 2008: Ruinen e.o. (Ansen, Oldenhave, Engeland, Armweide, Voor en Achter de Broeken, Hees, Benderse en Ruinerwold); Dwingeloo e.o. (Lhee, Lheebroek, Eemster, Leggeloo, Boterveen, Geeuwenbrug, Wittelte en Oldendiever). Het aantal kasten is in de loop der jaren tot grote hoogte gestegen: ca. 120. Die moeten ieder najaar worden schoongemaakt en van een nieuw laagje bladaarde voorzien. Dat is een flinke klus die de nodige tijd vraagt. Maar ja, als je de resultaten in ogenschouw neemt dan werpen al die inspanningen wel vruchten af.

Sinds 2003 is ons werkgebied niet verder uitgebreid en is het dus mogelijk een duidelijk beeld te schetsen van de aantalontwikkeling van de steenuilenterritoria.

Aantal aanwezige paren.

Gedurende ca. 15 jaren onderzoek zien we een geleidelijke (soms zelfs vrij forse) toename van het aantal paren. Het genoemde gebied bevat nog vrij veel geschikte landschapselementen die voor de steenuilen belangrijk zijn: kleinschalige landerijen met kruidenrijke overhoekjes, boerenerven met oude (fruit)bomen, krakkemikkige schuurtjes, meidoornheggen en houtwallen. Kortom, plaatsen waar de uilen nog muizen en insecten kunnen vangen. Daarnaast zorgen onze kasten, vrijwel allemaal getimmerd door ons lid Hans Völker uit Ruinen, voor voldoende onderdak en broedgelegenheid. Die kasten plaatsen we nabij boerenerven op een dikke, horizontale tak van bijv. een oude eik of fruitboom. De evt. jongen kunnen dan in- en uitlopen zonder direct omlaag te vallen waar hen meestal de dood wacht.

Al die aangeboden broedplaatsen en de verbetering van het landschap (o.a. op Hees en Oldenhave) hebben geleid tot een positieve ontwikkeling van de steenuilenstand, die we met de volgende grafiek kunnen verduidelijken.


Bovenste grafiek: aantal territoria
Onderste grafiek: aantal bezette kasten

Maar liefst 50 vastgestelde paren, waarvan 46 p. in een kast broedden in 2008. Natuurlijk maak je dan ook direct de mislukkingen mee: 14 broedsels (30%), vooral door steenmarterpredatie, uitvallen van een ouder, enz.

Terug van weggeweest.

Steenuilen dulden soortgenoten niet binnen hun territorium en dus zijn jongen (106 uitgevlogen in 2008) al in augustus genoodzaakt elders hun territorium te vestigen. Dat biedt kansen oude, verlaten plekken weer te laten herbevolken door er kasten te plaatsen. Dit jaar lukte dat al op Stroovledder. Na 8 jaren zonder uilen vestigden zich hier plots 2 paren. Een voor ons ongekend succes, want de theorie is: eenmaal verlaten plekken worden niet/nauwelijks herbezet. We hebben er melding van gemaakt bij de landelijke Steenuilenbescherming “Stone”.

Het verhaal krijgt nog een mooi vervolg: op 10 november j.l. komen we langs de nieuwe stal van Kasten bij de Oude Vaart. Hier bevindt zich al vele jaren een steenuilenkast op ca. 100m van de plaats waar in 1979 het laatste “Uffelter” paartje broedde. We gaan even de kast ontdoen van een oud spreeuwennest en nieuwe bladaarde aanbrengen. Onder de kast zien we witte mest. “Het zal toch niet…….?” De schrijver zegt: “Als het echt van een steenuil is, zet ik het in onze dorpskrant.” Voorzichtig het deksel iets opgetild en dan….2 gele ogen kijken me aan. Vroeger waren het de reebruine ogen waar ik voor viel, maar tegenwoordig vind ik gele mooier.

De uil was dit voorjaar door ons geringd in een kast in Wittelte, 6 km hier vandaan. Zijn/haar moeder was verongelukt en de vader had zijn kroost desondanks met succes grootgebracht. Een uil na 30 jaar aangetroffen op de plaats waar destijds het laatste paar broedde.

Mooi toch ?! Nu hopen we maar dat zich hier ook een partner vestigt en we het geluk van een 1e Uffelter broedgeval in 30 jaar kunnen begroeten.

Wist u trouwens dat ruim 50% van alle Drentse steenuilen zich in ons werkgebied bevindt ? Het gevolg van niet aflatende inzet van onze werkgroepleden.

Namens de werkgroep, Fred van Vemden