Home

Werkgroepen

Programma

Verslagen

Foto's

Lidmaatschap

Jaaroverzichten

FAQ

Contact

Waarnemingen

Links

 

 
 
 

Steenuilen
Werkgroep

 
 
 

Werkzaamheden
werkgroep

 
 
 

Gasten in de kast

 
 


Enkele gasten die we tegenkomen in de nestkasten van de steenuilen zijn:

- Koolmees
- Spreeuw
- Steenmarter
- Bijennest
- Hoornaarnest


 




De steenuilenwerkgroep is actief in een groot gebied rond Uffelte. In de buitendorpen van Dwingeloo en Ruinen zijn nog een aantal populaties van steenuilen te vinden. Deze mooie uiltjes spreken de meeste mensen wel tot hun verbeelding. Het is de kleinste uil van ons land. Ze zijn afhankelijk van mensen en hoe zij de omgeving beïnvloeden.

Het doel van de steenuilenwerkgroep is proberen de steenuilenstand in ons werkgebied in stand te houden en zo mogelijk te verbeteren, o.a. door het plaatsen en onderhouden van nestkasten.
 


De steenuilenwerkgroep bestaat uit circa 20 medewerkers die bij toerbeurt verschillende werkzaamheden verrichten.

-     Inventarisatie. Midden/eind februari wordt gestart met het vaststellen van territoria met behulp van een mp3-speler met box. Mannetjes reageren meestal op het geluid van een soortgenoot.

-     Plaatsen van kasten. Op geschikte plaatsen, die voldoen aan de biotoopeisen van de steenuil, worden speciale kasten geplaatst. Meestal wordt een dikke, horizontale tak in een oude eik of fruitboom uitgekozen, omdat de evt. jongen dan kunnen in- en uitlopen zonder direct omlaag te vallen. De onderlinge afstand tussen de kastlocaties is 100 tot 400 m.

-     Kasten schoonmaken. Na het broedseizoen worden de kasten voorzien van een schone laag bladaarde en/of houtsnippers. Evt. spreeuwennesten worden verwijderd.

-     Macrolon aanbrengen. Om steenmarterpredatie te voorkomen wordt de stam van een hoge nestboom (eik) soms voorzien van een mantel van kunststof (Macrolon). Dit materiaal is duurzaam en houdt katten en steenmarters uit de boom.

-     Wintervoedering. In strenge winters met langdurig veel sneeuw worden uilen in de kasten zo mogelijk bijgevoerd met dode eendagskuikens.

 

 

Ringen

 

Begin juni worden de jonge uilen geringd. Dat levert vaak interessante gegevens op over het verplaatsingsgedrag van de uilen.

Er vindt uitwisseling plaats tussen de beide kernen (Ruinen en Dwingeloo). In enkele gevallen worden onze uilen in naburige gebieden aangetroffen en omgekeerd (Staphorst, Rouveen, Echten, enz.)
 


 

 

De Steenuil

 

Algemeen
De steenuil is de kleinste van de in Nederland levende uilen (steenuil, kerkuil, oehoe, velduil, bosuil, ransuil). De steenuil wordt tot ongeveer 22 cm groot. Hij lijkt vaak iets groter door al de veren op zijn kop. De vleugels en de rug zijn bruin met lichte crèmekleurige vlekken; borst en buik zijn licht met bruine vlekken. Het meest opvallend zijn de felgele ogen. Door de lichte streep boven de ogen lijkt hij boos te kijken. Als wij ze vasthouden (bij controle van de nestkasten) dan doen ze niets. Ze kijken je alleen een beetje duf aan.

Voedsel
Het voedsel van de steenuil is heel anders dan dat van de kerkuil. De steenuil zoekt zijn voedsel dicht in de buurt van de nestplaats. Ze jagen vooral ’s nachts, maar als in juni de jongen er zijn, dan jagen ze ook overdag. Steenuilen eten het volgende: kleine zoogdieren, amfibieën, wormen, slakken, kevers en ook vogels. Ook de steenuil braakt de onverteerde delen uit. Dit noemen we de braakbal. Deze zijn vaak klein en je komt er vaak schildjes van kevers in tegen. 

Voortplanting
Rond ongeveer half april wordt het eerst ei gelegd. Meestal bestaat een legsel uit 4 tot 5 eieren. Op deze eieren wordt 4 weken gebroed. De jonge steenuilen zijn met een laagje wit dons bedekt. Na ongeveer 3 weken nemen de jongen al een kijkje buiten het nest. We noemen het dan “Takkelingen” omdat ze over de takken lopen. Vliegen kunnen ze dan nog niet.

Gevaren
Er zijn nogal wat gevaren voor de steenuil. Daardoor vindt verdere verspreiding bijna niet plaats. Een groot deel van de jongen wordt nog geen jaar oud. Dit komt onder andere door predatie (dat ze opgegeten worden) door bijvoorbeeld een kat, steenmarter, zwarte kraai of havik. Ook het verkeer is een groot gevaar voor de steenuilen. Ze vliegen soms over de weg op zoek naar een prooi of gaan in de zomer op het warme wegdek zitten. Dit gaat helaas vaak mis. Strenge winters zijn ook niet in het voordeel van de steenuilen. Dus dat zijn nogal wat gevaren voor het kleinste uiltje van ons land. Beschermingswerk is dus noodzakelijk om dit uiltje voor Nederland en specifiek in onze omgeving te behouden.

Hoe gaat het met de Steenuil?
Helaas is het aantal steenuilen de laatste decennia sterk afgenomen. Het aantal paren wordt geschat op 6000 in Nederland. Een van de belangrijkste redenen is hierboven bij gevaren al genoemd. Maar ook het landschap van Nederland is te netjes geworden. De steenuil heeft kleinschalig landschap nodig met rommelhoekjes waar hij zijn voedsel kan vinden. Helaas worden steeds meer boerderijen omgebouwd en worden de tuinen netjes aangelegd, waardoor de steenuil zijn voedsel niet meer kan vinden.

 

Historie

 

Al ruim 30 jaar is de steenuil bij onze vereniging in beeld. Midden jaren ’70 werd al gezocht naar territoria en werd een bescheiden aantal kasten geplaatst. In de omgeving van Uffelte was de steenuil destijds een vrij schaarse broedvogel, die vooral op en rond Rheebruggen werd aangetroffen. Begin jaren ’80 kwam er een eind aan de populatie als gevolg van een strenge winter (’79) en een ruilverkaveling (verdwijnen kleine landschapselementen).

In het aangrenzende Ansen troffen we in de jaren ’90 wel enige paren aan, waarna de werkgroep zich met veel energie op dit gebied richtte (met gelukkig een gunstig resultaat).

 

 

Voorlichting

 

Betrokken personen en geïnteresseerden in ons werkgebied worden zoveel mogelijk bij het beschermingswerk betrokken. Zij worden soms uitgenodigd op een voorlichtingsavond over de steenuil. Daarbij wordt ook Landschapsbeheer Drenthe vaak betrokken, omdat zij het belangrijkste aspect verzorgt: herstel van het landschap.

Ook geeft onze werkgroep advies aan werkgroepen elders in Drenthe over de aanpak van de steenuilenbescherming, waarbij soms een gebied wordt bezocht om geschikte kastlocaties te zoeken.

Bewoners van steenuilenerven en ook schoolkinderen maken het ringen van jonge steenuilen mee, zodat belangstelling wordt gewekt.

 

Landschapsverbetering

 


Steenuilen zijn kritisch t.a.v. hun biotoop hetgeen te maken heeft met het voedselaanbod en de schuil(nest)mogelijkheden. Een boerenerf met een oude, bouwvallige schuur en kleinschalige akkers en weiden met kruidenrijke randen rondom, heeft de voorkeur. Oude hoogstam fruitbomen, eiken, meidoornhagen en bijv. een stapel oude weidepalen: dit alles werkt mee aan het ideaalbeeld van het landschap. Landschapsbeheer Drenthe helpt mee aan het herstel van dergelijke landschapselementen, o.a. in Hees, Oldenhave en Ansen.

 

 

Coördinator

 

 
Jos van Luit (Ruinen e.o.)
0521 - 340 300

Erwin Bruulsema (Dwingeloo e.o)
0521 - 852 333

De coördinatoren voeren de volgende specifieke taken uit:
1. Administratie adressen, zorgen dat alle gegevens kloppen.
2. Verwerken van de broedgegevens, aanwezigheid van uilen (resultaten van de controle) op nestkaarten voor de landelijke organisaties.
3. Nestkasten schoonmaken. (met vrijwilligers)
4. Bijwonen jaarvergaderingen van Vogelwacht Uffelte e.o., provinciale en landelijke vergaderingen.
5. Ringen van uilen invoeren in www.griel.nl zodat de gegevens in de landelijke database komen en gebruikt kunnen worden voor onderzoek.
6. Schrijven van het jaarverslag voor het jaaroverzicht van de Vogelwacht.

Het hele gebied is opgesplitst in 5 subgebieden.

Sub-coördinatoren zijn:
- Jan ter Stege
- Muriël Broer
- Jan Zoer
- Erwin Bruulsema
- Jos van Luit

Werkzaamheden van de sub-coördinatoren zijn:
1. Initiatief nemen voor de controle van de nestkasten
2. Vervangen van nestkasten
3. Schoonmaken nestkasten
4. Bijplaatsen van nestkasten
5. Doorgeven van de controlegegevens aan de coördinatoren.

 

     
 

Nestkasten

 
 
     


De werkgroep maakt gebruik van speciale kasten die moeten voldoen aan enkele eisen:

  1. Een voorportaal, gevolgd door 2 tussenschotjes met invliegopeningen van 8 cm doorsnee li. onder en dan re boven (ca. 12 cm van elkaar)
  2. Ventilatie. Dit is zeer belangrijk, omdat door vocht ammoniakvorming plaats vindt en de jongen gedwongen worden te vroeg de kast te verlaten. Beide tussenschotjes worden aan de bovenzijde 1 cm verlaagd (luchtcirculatie). Het deksel het liefst over de kast laten vallen met enkele uitgezaagde boogjes op de kastrand. Het deksel wordt met dakleer gedekt.

-     Aantal kasten: In ons werkgebied zijn op ca. 90 locaties ca. 110 kasten geplaatst (soms 2 kasten op 1 locatie)

Kastcontrole.

Midden mei worden de kasten gecontroleerd. Bij het benaderen van de kast wordt een handdoek in de opening gedrukt om het uitvliegen van de evt. aanwezige uil te voorkomen.

Een aanwezige uil wordt even gepakt om eieren of jongen te tellen en een evt. ringnummer af te lezen. De lange handdoek wordt na het sluiten van de kast verwijderd (een klein lapje wordt soms vergeten, hetgeen slechte gevolgen kan hebben).

Hieronder een bouwtekening van een steenuilenkast: