|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Doel
Tijd De controle van de ca. 325 nestkastjes vindt plaats vanaf midden april tot begin juni (ca. 7 weken). Sinds 1973 (start controle) is de begindatum vervroegd i.v.m. de klimaatverandering. De groepen controleren de kastjes meestal op zondagochtend of vrijdagavond (geen sportactiviteiten). Leiding/Kinderen. De leiding is in handen van volwassenen. Elke route heeft tenminste 2 begeleiders, die er soms voor kiezen bij toerbeurt mee te gaan. Sommigen zijn al langer dan 20 jaar bij deze activiteit betrokken. Meer dan 70 personen zijn gedurende de 35 jaar kastcontrole leider geweest. De deelnemende kinderen zitten in de groepen 6 t/m 8 van de Oosterveldschool. Ruim 90% van de kinderen meldt zich jaarlijks aan, zodat er sprake is van een grote belangstelling. De groepen bestaan uit hoogstens 6 á 7 kinderen om niet te veel onrust op de route te veroorzaken. Voor elke controle start men bij de Oosterveldschool en keert daar ook gezamenlijk terug. Routes. Momenteel (2007) worden op 10 routes 327 kastjes gecontroleerd. Op 6 ervan gaan kinderen mee.
Nestkasten. Er hangen op de routes verschillende types nestkasten om zoveel mogelijk soorten een kans te geven. Zo zijn er bijv. voor de gekraagde roodstaart kastjes met een brede gleuf aan de bovenzijde (brievenbusmodel), voor de boomkruipers een kastje met de invliegopening aan de zijkant, voor de grauwe vliegenvanger een zgn. “balcon”kastje. Ook worden kasten met ronde invliegopeningen met verschillende grootte gebruikt: 2,8 cm (pimpelmees), 3 cm (koolmees, zwarte mees, matkopmees, ringmus, bonte vliegenvanger en boomklever), 4,5 cm (spreeuw). De laatste jaren merken we dat de gekraagde roodstaart zo sterk in aantal afneemt, dat we geen speciale kast meer voor deze soort ophangen. Broedvogels. In onze kasten zijn de koolmees en de bonte vliegenvanger momenteel het best vertegenwoordigd: elk in ca. 30% van onze kastjes. De pimpelmees broedt in ca. 15% van de kasten. De zwarte mees, ringmus, boomklever, matkopmees en spreeuw treffen we in kleine aantallen aan (minder dan 10 p.), terwijl we incidenteel een gekraagde roodstaart, winterkoning of grote bonte specht tegenkomen. Schoonmaken. Aan het eind van de controle (juni) zijn de meeste jonge vogels uitgevlogen en worden de nesten door de leiders verwijderd. Soms vindt nog een 2e broedsel plaats (koolmees) en daarom moeten de kastjes ook in maart van het volgende jaar nog eens schoongemaakt worden. Onze ervaring: in vuile kastjes wordt geen nieuw nest gebouwd. Verslag. De leiding krijgt
voor aanvang van de controle een schrift mee, waarin de gegevens van
het broedproces wekelijks worden aangetekend (per ˝ blz. 1 kast,
zodat de wekelijkse veranderingen goed gevolgd kunnen worden). Na
afloop van de controles ontvangt de coördinator de schriften en
verwerkt de gegevens in een verslag voor het jaaroverzicht. |
Doel:
›› Belangstelling
wekken voor de natuur, voor de vogels in het
bijzonder Taken:
›› Ophangen van
diverse nestkasten voor kleine mezen, spreeuw,
boomklever, gekraagde roodstaart en boomkruiper |
In dit document vindt u de bevindingen van Vogelwacht Uffelte e.o. m.b.t. het aantal broedgevallen van de bonte vliegenvanger in ons gebied. Dit is vergeleken met de landelijke trend die waargenomen is. Zeer interessant stuk.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderstaande informatie is afkomstig van
www.vogelbescherming.nl
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||