Home

Werkgroepen

Programma

Verslagen

Foto's

Lidmaatschap

Jaaroverzichten

FAQ

Contact

Waarnemingen

Links

 
 

Kerkuilen
Werkgroep

 
 
 

Werkzaamheden
werkgroep

 
 
 

Gasten in de kast

 
 


Enkele gasten die we tegenkomen in de nestkasten van de kerkuilen zijn:

- Holenduiven
- Bosuilen
- Kauwen
 


Welkom op de pagina's van de kerkuilenwerkgroepen. De kerkuilenwerkgroepen die onder de hoed van Vogelwacht Uffelte opereren zijn:
1. Kerkuilenwerkgroep Uffelte e.o.
2. Kerkuilenwerkgroep Dwingeloo e.o. (overgenomen in 2007)

Beide werkgroepen hebben rond de 70 nestkasten hangen. Dat komt neer op circa 140 nestkasten in een klein gedeelte van Drenthe. De werkzaamheden van de werkgroepen worden uitgevoerd door een dertigtal vrijwilligers, die in hun vrije tijd veel tijd steken in de werkzaamheden die bij de controle van de nestkasten komen kijken.
 


De werkgroep "Kerkuilen Dwingeloo e.o." is sinds 2007 overgenomen door de Vogelwacht van Uffelte e.o. Voorheen werden de kasten van deze werkgroep gecontroleerd door een werkgroep uit Dwingeloo en Diever. Deze werkgroep werd echter te klein en is vervolgens opgeheven. Vogelwacht Uffelte e.o. is vervolgens gevraagd om deze kasten op zich te nemen. Het gaat hier op circa 60 kasten in o.a. Dwingeloo, Eemster, Lhee, Lheebroek, Diever, Vledder, Wapse, Wilhelminaoord, Nijensleek, Doldersum en Wateren.

Kerkuilenwerkgroep Uffelte e.o.

Reeds sinds 1974 werden, kort na de oprichting van onze vereniging, de eerste speciale kasten voor kerkuilen geplaatst. In 1976 vond het eerste broedgeval plaats op de Hooge Stukken te Uffelte. In dat jaar bevonden zich in 8 boerderijen of schuren een kast op de balken en dat aantal is geleidelijk uitgebreid tot ca. 65 in 2004.

Het werkgebied omvat momenteel de volgende dorpen: Ansen, Havelte, Uffelte, Veendijk, Wapserveen en Wittelte.

Wanneer wij gaan controleren komen wij met minstens twee man langs (meestal 3 of 4). Wij bellen voordat wij komen even om te vragen of de mensen thuis zijn, zodat ze weten dat wij komen en wij weten dat we er terecht kunnen.

Taken:

1) Plaatsen en schoonmaken van de kasten

2) 2 Keer per jaar overleg voeren met de andere werkgroepen (circa 20) in de provincie Drenthe onder leiding van de provinciale coördinator

3) Controleren van de kasten en bijhouden van de broedresultaten

4) Evt. zorgen dat de jonge kerkuilen geringd worden.

5) Nestkasten bouwen o.l.v. Roeland Haar (vrijwilliger van de werkgroep).

 

Ringen

 


De kerkuilen die wij in de kasten tegenkomen zijn vaak geringd. Maar het komt ook voor de de volwassen uil uit een nestkast komt waar niet geringd is. Tijdens de eerste controle kijken we of er jongen aanwezig zijn in de nestkast. Daarna gaan we nog een keer de route rijden in het gezelschap van een ringer. We gaan dan vanzelfsprekend alleen bij de nestkasten langs waar we tijdens de eerste controle jongen hebben waargenomen.

Waarom worden de vogels geringd? Het voordeel van het ringen is dat je de vogels individueel kan volgen, de verspreiding in kaart kan brengen, de leeftijd, de paarvorming en plaatstrouw kan vaststellen en meer. En zo kan je de populatie van bijvoorbeeld de kerkuilen in een gebied volgen. Het ringen van de vogels word verricht door vrijwillige medewerkers van de Ringcentrale. Op elke ring staat een unieknummer, de naam van het ringstation en meestal het land van herkomst. Voor Nederland bijvoorbeeld:
Vogeltrekstation Arnhem-Holland 5.300.679,
of voor Duitsland: Helgoland-Germania 4223159,
of voor België: Museum SC. Nat. Bruxelles 4  H-60578, etc
...
 


 

 

De Kerkuil

 
 

Gevaren

 

Algemeen
De Kerkuil is één van de zes in Nederland voorkomende uilen. De overige vijf zijn: steenuil, bosuil, velduil, oehoe en ransuil. De kerkuil heeft een wittige buik met daarop kleine vlekjes. De kop bevat een goed zichtbaar (hartvormig) masker en is bol door het dons. Het Het masker dient als een soort schotelantenne waarmee ze dus veel geluiden oppikken. De oren zitten achter dit masker. De veren op de rug, kop, staart en vleugels zijn geelbruin. De snavel heeft een haakvorm waarmee ze de muizen die ze vangen goed in stukken kunnen scheuren. Aan de poten zitten 3 tenen voor en 1 achter. Ze kunnen echter 1 teen van voor naar achter draaien, waardoor ze dan dus 2 tenen voor en 2 achter hebben. Dit kunnen ze om de prooi beter vast te kunnen pakken.

Voedsel
De kerkuil eet voornamelijk muizen. Deze slikken ze helemaal door. De kop van de muis gaat dan eerst naar binnen en de rest volgt. Het vlees van de muis verteert in de maag, maar de botjes en haren blijven achter. Deze vormen een braakbal. Een braakbal komt uit via de snavel naar buiten. Deze zijn in het begin nat, maar als ze opgedroogd zijn na een tijdje kun je ze uitpluizen en dus kijken wat de uil gegeten heeft. Als uilen jongen hebben kunnen ze wel 30 muizen in één nacht vangen.

Voortplanting
Kerkuilen maken zelf geen nest. Ze leggen hun eieren op een platte ondergrond tussen de braakballen. Ze broeden vaak vlak achter het oelebröd of in een uilenkast die we speciaal voor kerkuilen ophangen. De kerkuilenkast zetten we meestal hoog op één van de balken in een schuur of boerderij. Een vrouwtje legt soms wel 8 eieren, maar meestal zijn het er 3 of 4. Als er veel muizen zijn legt het vrouwtje veel eieren en als er weinig muizen zijn leggen ze er minden en soms helemaal geen eieren. Als de jongen uitgekomen zijn, zijn ze de eerste weken wit van het dons. Pas na 5 weken hebben ze de uiteindelijke kleur. Na 8 weken vliegen de jongen uit.

Hoe gaat het met de kerkuil?
Na de strenge winter van 1976 broedden er nog maar 75 paren in ons land. Na 1990 ging het gelukkig weer beter met de kerkuilen. Dit komt vooral door de inzet van kerkuilenwerkgroepen door het hele land heen. Op dit moment (2007) wordt het totaal aantal broedparen van de kerkuilen in Nederland geschat op 3000 paren. 


De Kerkuil is een muizenspecialist, die meestal trouw blijft aan een eenmaal gekozen broedplaats. Hij kent de plaatsen waar succesvol gejaagd kan worden. Maar bij voedselschaarste en strenge, sneeuwrijke winters is de Kerkuil zeer kwetsbaar. Een hoog energieverbruik, weinig vetreserves en een minder goede isolatie van het verenkleed dan bij andere uilensoorten maken hem gevoelig voor strenge winters. Het verkeer vormt tegenwoordig de belangrijkste doodsoorzaak.

De factoren die de achteruitgang en de bedreiging van de Kerkuil veroorzaken zijn de volgende:

Strenge winters
Strenge winters kunnen tijdelijk een negatieve invloed hebben op de stand van de Kerkuil. Vooral winters met veel sneeuw (minstens 7 cm dik) of met hard bevroren sneeuw zijn funest voor de uilen. De meeste prooidieren brengen de winter door in diepliggende holen, waarin bij strenge, maar ook bij minder strenge vorst geruime tijd achtereen wordt geslapen. Vroeger was er op de meeste plaatse
n in schuren, waar graan was opgeslagen, volop voedsel aanwezig: de tafel was gedekt! Kerkuilen kunnen slechts 5 tot 8 dagen zonder voedsel, doordat ze maar weinig vetreserves kunnen aanleggen.

Voedselschaarste
Sinds de jaren vijftig is er veel veranderd in het Nederlandse landschap. Dat heeft grote gevolgen gehad voor de voedselsituatie en de jaagmogelijkheden van de Kerku
il. De Kerkuil heeft zijn grootste dichtheid bereikt in het half-natuurlijke landschap. Helaas is daar een groot deel van verdwenen door schaalvergroting, waardoor de belangrijke perceelsrandbegroeďngen, zoals houtwallen en heggen met grazige randen verloren zijn gegaan. Op de hogere zandgronden werd het gemengde bedrijf vervangen door veeteelt, waardoor rogge- en haverveldjes zijn verdwenen. Tegelijk verdween ook de opslag van ongedorst graan in en rond boerderijen.
Naast de agrarische ontwikkeling zijn er nog een aantal factoren, die hun invloed hebben gehad en nog hebben op het inkrimpen van de kerkuilenbiotoop: de sterke uitbreiding van het wegennet, de industrialisatie en de uitbreiding van dorpen en steden.

Verkeersslachtoffers
In geheel West-Europa neemt het aantal verkeersslachtoffers verontrustend toe. De belangrijkste oorzaak voor het grote aantal verkeersslachtoffers onder Kerkuilen is de hoge dichtheid aan muizen (vooral Veldmuizen) in de brede, extensief beheerde bermen van de wegen.
Het grote aantal verkeersslachtoffers onder de Kerkuilen wordt mede veroorzaakt door de methode van jagen. De Kerkuil maakt vaak gebruik van kilometerpaaltjes langs de kant van de weg, die hij gebruikt als uitkijkpost of rustplaats. Tijdens het jagen steekt hij regelmatig de weg over op een hoogte van nog geen twee meter. Door het laagvliegen is het risico op een botsing met auto's groot.

Het verdwijnen van geschikte nestplaatsen
Vele nestplaatsen zijn de laatste tientallen jaren verloren gegaan door het afsluiten van de invliegmogelijkheden. Doordat bij restauraties van kastelen, molens, kerken en andere oude gebouwen de invliegopeningen zijn dichtgemaakt, zijn de uilen verdreven.

Verhongering na opsluiting
Een tamelijk hoog percentage (bijna 10%) komt om van de honger door opsluiting in gebouwen. De laatste jaren vliegen gedurende de wintermaanden, wanneer het voedsel schaars is, verzwakte uilen veelvuldig schuren en gebouwen binnen. Ze zijn vaak te zwak om te jagen of wanneer ze via tijdelijk openstaande ramen of deuren zijn binnengekomen, kunnen ze opgesloten worden en sterven van de honger.

Doodgevlogen tegen obstakels
In de categorie draadslachtoffers leveren lage draden het grootste gevaar op, vooral prikkeldraad en bovenleidingen van spoorlijnen. Het doodvliegen tegen gebouwen of ramen komt regelmatig voor bij jonge uilen.

Bestrijdingsmiddelen
In de jaren zestig trad massale sterfte op onder roofvogels, uilen en visetende vogels. Dat was het gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, waaronder de gevaarlijke koolwaterstoffen (o.a. DDT, Aldrin) en kwikverbindingen. De stoffen hebben de eigenschap zich op te hopen in de voedselketen. Het gebruik van de meeste stoffen werd verboden en daardoor hebben de meeste vogelsoorten zich kunnen herstellen.

Kerkuilen zijn bijzonder gevoelig voor rodenticiden, bestrijdingsmiddelen tegen knaagdieren. De middelen worden toegepast in en rondom de omgeving van gebouwen, ter bestrijding van ratten en muizen. De uiterste voorzichtigheid en de juiste toepassing bij het gebruik van rodenticiden is van zeer groot belang.

Andere oorzaken
Merkwaardig is het dat vrij veel jonge Kerkuilen door verdrinking om het leven komen. Het zijn vooral de drinkbakken voor het vee waarin de uilen terecht komen. Dit probleem is gemakkelijk te voorkomen door in de drinkbak een stuk hout te leggen, zodat de uil er uit kan klauteren. Verdrinking in een vat met afgewerkte olie is een triest einde voor de uil. De vaten goed afsluiten is de enige afdoende oplossing.

De Kerkuil heeft in Nederland twee natuurlijke vijanden, n.l. de Havik en de Steenmarter. De Steenmarter, die zich snel uitbreidt in ons land, overvalt nogal eens een broedende Kerkuil.

 

Coördinator

 

 
Diever / Dwingeloo e.o: Regio 15
Uffelte / Havelte e.o: Regio 14

Martha Sol
tel: 0521 - 321 372
                     
                       
De coördinatoren voeren de volgende taken uit:
1. Administratie adressen, zorgen dat alle gegevens kloppen
2. Bellen voordat de controle plaatsvindt, om te vragen of de mensen thuis zijn.
3. Verwerken van de broedgegevens, aanwezigheid van uilen (resultaten van de controle)
4. Nestkasten controleren op broedsels en aanwezigheid uilen. (met vrijwilligers)
5. Nestkasten schoonmaken één keer in de drie jaar. (met vrijwilligers)
6. Bijwonen jaarvergaderingen van Vogelwacht Uffelte e.o. en de Provinciale Kerkuilenwerkgroep.

 
 

Nestkasten

 


De kerkuilen in ons gebied broeden voor het grootste gedeelte in nestkasten die door de werkgroep op andere organisaties gemaakt worden. De nestkasten die door onze eigen vereniging gemaakt worden, worden gemaakt van planken. De coördinator voor de bouw van de nestkasten ligt bij Roeland Haar uit Spier. Mede door de sponsor van hout hebben wij de mogelijkheid om deze kasten te bouwen.

Bouwtekening (hier zijn kleine aanpassingen aan gedaan die ten gunste komen van de kast)