Home

Werkgroepen

Programma

Verslagen

Foto's

Lidmaatschap

Jaaroverzichten

FAQ

Contact

Waarnemingen

Links

 
 

Broedvogel-
inventarisatie
Werkgroep

 
 
 

Werkzaamheden
werkgroep

 
 
 

Werkgebied
Westerzand

 
 

 
De gebieden die u hieromheen ziet inventariseren wij. Hier tellen we ('s ochtends vroeg) de vogels die we horen en zien. Deze noteren we vervolgens op veldkaarten, welke thuis worden uitgewerkt tot soortkaarten. Op de veldkaarten worden alle vogels van die dag genoteerd. Deze worden met afkortingen opgeschreven zoals:
P = pimpelmees
R = roodborst
etc...

Eenmaal thuis worden alle veldkaarten verwerkt tot soortkaarten. Hierop wordt per inventarisatiedag genoteerd waar, van bijvoorbeeld de roodborst, waarnemingen zijn gedaan. Als na circa 10 veldbezoeken alle gegevens zijn verwerkt, worden n.a.v. diverse criteria de territoria vastgesteld.
 


Één van die proefvlakken is het Westerzand. Hier worden alle soorten geteld. Het gebied is circa 65 ha groot


Broedvogelinvetarisatie, een project van SOVON Vogelonderzoek Nederland, waarmee sinds 1984 de aantalsontwikkeling van broedvogels wordt onderzocht. Het broedvogelinventarisatie project richt zich op inventarisatie van algemene en schaarse broedvogelsoorten in steekproefgebieden. Deze inventarisatie gebeurt ongeveer op duizend plaatsen in het land en door dit jarenlang vol te houden worden betrouwbare reeksen verkregen, waarmee inzicht wordt verkregen in mogelijke oorzaken van veranderingen in de vogelstand. Resultaten worden gepresenteerd in jaarlijkse indexcijfers.

 

Werkgebied
Rheebruggen

 


Één van die proefvlakken is Rheebruggen. Hier worden alleen bijzondere soorten geteld. Het gebied is circa 478 ha groot.

 

Werkgebied
Bijzondere Soorten

 
 

Coördinator

 


In de omgeving van Uffelte liggen meer dan tien inventarisatie-proefvlakken die veelal sinds de start van het project in 1984 jaarlijks worden geinventariseerd. Het heide en bosgebied dat tussen Havelte, Uffelte en Wapserveen ligt wordt jaarlijks geïnventariseerd. Het is een gebied van circa 1400 ha. Het bevat de gebieden Ooster- en Westerzand, Brandeveen en Havelterberg. Dit gebied is opgedeeld in de gebieden A, B, C en D. In dit gebied worden alleen de bijzondere soorten geteld.

 

Totale Werkgebied

 


Coördinator: A.J. van Dijk


Klik op de kaart hieronder om een totaaloverzicht te krijgen van ons werkgebied m.b.t. broedvogelinventarisatie.

De belangrijkste proefvlakken zijn:

- Westerzand, heide 65 ha, BMP Alle soorten
- Oosterzand, bos 35 ha, BMP Alle soorten
- Uffelteres, agrarisch 200 ha, BMP Weide- en akkervogels
- Heide-bosgebied tussen Havelte, Uffelte en Wapserveen (Ooster- en Westerzand, Brandeveen, Havelterberg etc. verdeeld in 4 proefvlakken), totaal 1400 ha, broedvogelinventarisatie Bijzondere soorten.

- Rheebruggen, bos en cultuurland, 478 ha, Broedvogelinventarisatie Bijzondere soorten.
 

< 1 km > Proefvlak © Topografische Dienst / Ligging van BMP-proefvlakken van Vogelwacht Uffelte e.o.

 

Werkgebied
Oosterzand

 


Één van die proefvlakken is het Oosterzand. Hier worden alle soorten geteld. Het gebied is circa 35 ha groot.

 

Werking BMP

 


 


Wat is de BMP-methode?

De BMP-methode is vrij intensief en gestandaardiseerd en geldt in ons land als de algemeen erkende methode voor broedvogelinventarisatie. Inventarisatie vindt plaats in vaste onderzoeksgebieden, zogenaamde proefvlakken, en is het meest gebaat bij jarenlang volgehouden inventarisaties.

Het verzamelen van broedvogelwaarnemingen in een proefvlak van 10 tot 250 ha vormt de basis van de methode. De oppervlakte van het proefvlak hangt af van de vogelrijkdom en de benodigde tijd voor het opnemen van de vogelstand tijdens een bezoek aan het proefvlak. In de periode maart-juni wordt het proefvlak ongeveer om de tien dagen, in totaal zeven tot tien keer per seizoen, volledig geïnventariseerd, merendeels tijdens bezoeken omstreeks zonsopgang en twee maal >s nachts. Per bezoek worden de waarnemingen van zang, balts, paarvorming, ouders met jongen en dergelijke ingetekend op een veldkaart. Deze veldgegevens worden naderhand overgezet op kaarten per vogelsoort. Aan de hand van deze verzamelde waarnemingen wordt bepaald hoeveel territoria er van verschillende soorten aanwezig waren. Zowel het veldwerk als het uitwerken vinden plaats volgens standaardregels, waaraan men zich moet houden. Uiteindelijk gaat het om het verkrijgen van betrouwbare resultaten die onderling en vooral van jaar tot jaar goed met elkaar te vergelijken zijn. Resultaten worden door de teller ingestuurd op een telformulier of via internet.

Het BMP kent vijf onderdelen, elk met een eigen aanpak en te inventariseren soortenlijst, zoals bijzondere soorten, alle soorten, weide- en roofvogels.

Handleiding

De werkwijze van het BMP is van A tot Z beschreven in Handleiding Broedvogel Monitoring Project (A.J. van Dijk, SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen). Deze handleiding is verkrijgbaar bij SOVON en in te zien op www.sovon.nl.