Moet ik nu echt m'n bed uit?
Zaterdagochtend 10 over 10. Ik lig
uiteraard nog warmpjes in bed met m'n krant. De telefoon laat
zich horen. Aangezien die meestal voor mijn vrouw (Janneke)
gaat, vind ik het gepast dat zij het bed verlaat. In ieder geval
houd ik haar niet tegen... Wanneer ze dan op weg is naar het
storende gerinkel kom ik met de voor haar opwekkende mededeling:
" Dat is Fred, die weer naar een uil wil ". En ja hoor,
inderdaad, of ik maar binnen 10 minuten klaar wil staan om met
hem en Ronald Hoogenhout Steenuilen te gaan redden. Gelukkig
hoef ik de 10 minuten niet serieus te nemen, want Fred gaat
eerst nog op weg naar Meppel om een forse lading nog warme
1-dagskuikens op te halen, welke we vervolgens 's middags in de
nestkasten van de uilen gaan deponeren. Uiteraard worden alleen
die kasten van een kerstmaaltijd voorzien, waarvan het zeer
waarschijnlijk of zeker is dat ze momenteel huisvesting bieden.
Het is een kwestie van die kasten afrijden waarvan Fred's neus
zegt dat daar een redelijke kans van aanwezigheid is; het deksel
optillen en een Steenuil, verse braakballen of andere tekenen
van recente aanwezigheid vinden. Zo ja, dan worden er zo'n 4
kuikens in het voorportaal van de kast gelegd. Indien de
sneeuw/vorstperiode langer gaat duren, zullen we na een aantal
dagen weer op pad moeten en daar waar de kuikens verdwenen zijn
zullen we weer nieuwe achterlaten. Uiteraard bestaat de
mogelijkheid dat de lekkernijen verorberd zijn door een andere
vriend van ons, de Steenmarter. Nou vooruit dan maar, als hij
dan maar van de Steenuilen afblijft.
Dat de uilen zelf echt geen muizen
zullen kunnen vinden blijkt uit bijgevoegde foto's van hun
woonomgeving.
Toen ik een paar jaar geleden als
kersvers lid van de Steenuilenwerkgroep gevraagd werd voor een
soortgelijke actie, had ik zo mijn twijfels of een bijvoedering
wel moest plaatsvinden. Immers, het verhaal van de sterke
exemplaren overleven, goed voor instandhouding van een sterk ras
enz. deed mij twijfelen of zo'n tegennatuurlijke ingreep wel zou
moeten gebeuren en daarmee gepaard kwam dan de vraag of ik
daaraan wilde meewerken. Het zal uit het eerste deel van het
verhaal duidelijk zijn dat ik voor bijvoedering koos. Mijn
overweging: Als we dan een belangrijk deel van het jaar bezig
zijn om Steenuilen, Kerkuilen, Torenvalken (en zelfs de
zangvogels) een onnatuurlijk onderkomen te bieden ten einde hen
te helpen hun soort in stand te houden, dan zou het irreeel zijn
om vervolgens tijdens een sneeuwrijke winter lijdzaam toe te
zien, hoe de soort vervolgens gedecimeerd ging worden. Dat zou
ik ook ethisch onverantwoord vinden. Diverse vogelboeken
hanteren teksten als: " In strenge winters vallen vele
Steenuiltjes als slachtoffer van de koude." Fred, met een
encyclopedisch geheugen, weet je ook onmiddellijk het jaartal te
noemen waarin het bestand in Uffelte inderdaad geheel ten prooi
viel aan omstandigeden zoals deze maand.
Maar wij doen nog lang niet genoeg.
Ik heb de Kosomos Vogelmonografie " De Kerkuil " van
Johan de Jong eens nageslagen. Hij heeft enkele opwekkende
mededelingen, zoals: Buiten voeren heeft geen resultaat, want de
warme prooien bevriezen binnen enkele minuten. Zelfs op warme
stenen of tegels (voorverwarmd in open vuur) zijn de prooien
vrij snel bevroren. In koude gebouwen bevriezen de prooien ook
vrij snel." Maar gelukkig indertijd had men daarvoor in
Friesland een oplossing gevonden. " ... voeren in de broedkast.
De prooidieren worden in een broedkast op een warme kruik
gelegd." Nu moet het toch niet gekker worden ! Ik heb zelf thuis
niet eens een warme kruik, wat denken die uilen wel? Zodra we
kruiken gaan ronddelen, mag Fred mij ook in zo'n heerlijk
verwarmd kastje douwen, vers kuikentje er bij en smullen maar.
Maar goed het boek van Johan de Jong verscheen al in 1983 en
waar haal je nu nog een kruik vandaan?
Ik ga vanavond (woensdag) vroeg de
kooi in, want ik ben er bijna zeker van dat Fred morgenochtend
Janneke weer uit bed gaat bellen !
Gerard J.F. Mulder
22/12/2009