Home

Werkgroepen

Programma

Verslagen

Foto's

Lidmaatschap

Jaaroverzichten

FAQ

Contact

Waarnemingen

Links

 
 

100 jaar Heidebeheer "Albert Kerssies"

 
 


Op 14 oktober heeft de heer Albert Kerssies (beleidsmedewerker Natuurmonumenten)een lezing gehouden over de afgelopen 100 jaar heidebeheer in Drenthe. Als voorbeeld heeft hij vooral het heidegebied van het huidige Dwingelderveld genomen, maar geldt natuurlijk ook voor de heide rond Havelte.  Met behulp van een powerpoint presentatie kreeg het publiek een goed beeld van al het werk dat in de afgelopen 10 decennia is verzet om de heidegebieden uit cultuurhistorisch en landschappelijk oogpunt te behouden voor ons nageslacht.

De heide wordt door ons gezien als een mooi paars natuurgebied, wat gewoon bij Drenthe hoort. Maar eigenlijk is het geheel ontstaan en kan het in de toekomst blijven bestaan door toedoen van de mens.  

Een kleine samenvatting van het ontstaan heide.

Dagelijks werden de schapen uit de dorpen op de heide gehoed. ’s Avonds kwamen de schapen in de stal waardoor er in de stal een mesthoop ontstond. Deze mest werd steeds vermengd met heideplaggen om de urine beter op te nemen, waarna het na een jaar bruikbaar was als mest voor de akkers (essen) rond het dorp. Gemaaide heide werd ook wel gebruikt als veevoer of geplukt voor heideborstels.

Doordat de heide dus steeds afgeplagd werd, verjongde deze zich steeds. Ook werd de heide wel gemaaid of afgebrand, omdat de schapen vooral de jonge heide eten. Door het hele proces van begrazing, branden, maaien en afplaggen verdwenen bepaalde voedingsstoffen uit de bodem en blijft deze voedselarm wat gunstig is voor de groei van heidesoorten. Zo kregen grassen en jonge struiken als b.v. berk en vliegenden geen kans.

De laatste 100 jaar de heide sterk afgenomen. Een gedeelte veranderde door overbeweiding in stuifzand en het overgebleven deel werd overbodig door de opkomst van kunstmest. Het aantal heideschapen nam drastisch af en hiermee had de heide zijn belangrijke functie verloren voor de landbouw. Langzaam groeiden heidevelden dicht met struiken en bos. Daarnaast trad door verzuring van de bodem vergrassing op.

Het is logisch dat door het in stand houden van de heide door het potstalproces, zich een kenmerkende fauna en flora voordoet. Vogels als roodborsttapuit, geelgors en boompieper komen we nog wel eens tegen, maar door verdroging, vergrassing en verbossing zien we paapje, grauwe klauwier, boomleeuwerik en veldleeuwerik al veel minder en korhoenders en tapuiten bijna niet meer. Er zijn twee soorten heide, een vochtige heide met  dopheide en o.a. witte snavelbes, veenbes en steenbreek. En een droge heide met struikheide en o.a. pijpenstootje. Om dit niet verloren te laten gaan zijn natuurorganisaties begin 1900 na gaan denken hoe men dit het beste kan doen.


Tapuit

Wat gaan we er aan doen?

In de loop der jaren zijn de natuurorganisaties op verschillende manieren aan de slag gegaan. Bijvoorbeeld door branden of plaggen. Bij branden kan echter schade ontstaan aan de faunapopulatie, maar als de brand snel over de heide gaat en dit in de winterperiode gebeurt, zal de schade worden beperkt.

Het plaggen gebeurt tegenwoordig machinaal, in smalle stroken tegelijk, om de fauna zo min mogelijk te schaden. Hierbij worden mineralen samen met de humusrijke bovengrond verwijderd. Hoe dieper er wordt geplagd, hoe meer de grond verarmt, maar herstelt de heide zich ook langzamer omdat veel zaden mee worden afgevoerd. Er worden veel onderzoeken gedaan door bijvoorbeeld Universiteit Wageningen over wat nu de beste methode is. Zo hier en daar op de Havelter hei komen we wel eens proefvlakjes tegen. Er is wel ontdekt dat door het afplaggen bepaalde mineralen meer “lucht krijgen” waardoor ze de overhand krijgen. Deze mineralen zijn weer van belang voor de groei van bijvoorbeeld het pijpenstrootje. Zo is men steeds bezig de ultieme manier te vinden om de bodem te verarmen waardoor de heide in stand gehouden kan worden.

Gelukkig zien we ook nog steeds enkele schaapskuddes op onze heide. Zij zorgen dat de heide kort blijft, maar ook weer voor een stukje bemesting waardoor er weer vergrassing op kan treden. 

De lezing van dhr. Kerssies heeft ons doen inzien dat, als wij in de toekomst van de heide te willen blijven genieten, de mens altijd zal moeten blijven ingrijpen. Dit kost veel tijd en geld, maar levert ook heel veel op!

Geschreven door: Femmie Prikken